Columns
Biodiversiteit – Leefbaarheid.
Door Jeroen Gigengack
Een levend wezen is een chemische fabriek. Wat we ook doen: ademen, spijsverteren, op temperatuur blijven, bewegen, blij zijn, denken, voortplanten, uitrusten: het zijn allemaal chemische processen. Het is een ongelooflijk wonder.
In die chemische processen speelt de leefomgeving een belangrijke rol. Lucht, water, temperatuur, voedingsstoffen: als ze onvoldoende beschikbaar zijn, of als de kwaliteit ervan niet goed is, gaat het leven haperen.
Tot zo’n 150 jaar geleden waren vrijwel alle stoffen waaraan organismen werden blootgesteld, afkomstig uit natuurlijke processen. Daarna begonnen mensen op grote schaal chemische stoffen te produceren die in de natuur niet voorkomen. Bedoeld of onbedoeld zijn daar stoffen bij die levensprocessen beïnvloeden. En daar ontstaat een dilemma. Want wat als zo’n stof een nuttig gebruik heeft, maar bijvoorbeeld kankerverwekkend is, of de hersenfuncties, hormoonhuishouding of vruchtbaarheid schaadt?
Dat brengt mij bij een polariserend thema van deze tijd: het gebruik van pesticiden. Op de informatieavond over duurzaamheid in het dorpshuis kwam dit ter sprake, maar met huivering: op het platteland geen thema dat met gejuich wordt ontvangen.
Maar wat als de groeiende kennis over die stoffen laat zien dat ze misschien schadelijker zijn dan we zouden willen? Wat als rechters daarom het gebruik ervan in bepaalde omstandigheden verbieden? En wat als dat bouwprojecten voor starters onmogelijk maakt, zoals in Oosterhesselen en Ruinerwold?
Omdat ik mij zelf zorgen maak over mijn gezondheid, hebben we meegedaan aan een onderzoek naar huisstof. In ons huis werden 25 verschillende pesticiden aangetroffen. In een landbouwgebied is dat misschien niet zo verrassend. Toch heeft het ons niet gerustgesteld. Want 8 van die 25 stoffen zijn niet toegelaten. Ze mogen al jaren niet (meer) worden gebruikt omdat ze te schadelijk zijn.
Wat is eigenlijk de mogelijke impact van die stoffen?
Volgens de Pesticides Properties DataBase, een internationaal gebruikte database over de eigenschappen van pesticiden, zijn van de 25 gevonden stoffen 3 geclassificeerd als kankerverwekkend (en 9 mogelijk), 5 schadelijk voor de voortplanting (en 10 mogelijk), 6 hormoonverstorend (en 4 mogelijk) en 6 giftig voor het zenuwstelsel (en 2 mogelijk).
Niet dat je er meteen ziek van wordt, maar het is geen optimistisch beeld over onze leefomgeving. Niet voor mensen en niet voor andere organismen.
Hoe ga je daar mee om?
Je zou het kunnen ontkennen of bagatelliseren. Je zou de rechters die de wet interpreteren, of de milieubeweging, of de wetenschap voor gek kunnen verklaren. De vraag is of dat helpt. Er is een bekend gezegde: don’t shoot the messenger.
Je zou kunnen zeggen: als je pesticiden problematisch vindt, moet je niet op het platteland gaan wonen. Maar wat zegt dat over de leefbaarheid van het platteland?
Het lijkt me toch een onderwerp voor gesprek. Niet alleen voor de biodiversiteit en leefbaarheid, maar ook omdat ik als boer niet zou willen dat dit probleem net zo catastrofaal wordt als het stikstofprobleem. Wachten op Europa of de politiek is misschien wedden op het verkeerde paard.
Zouden er lokaal en in samenwerkingsverband betere oplossingen te vinden zijn?
Een leefomgeving die goed is voor biodiversiteit, is uiteindelijk ook een leefomgeving waarin mensen willen en kunnen wonen.

